Woordenlijst A t/m Z

A B C D F G H I K L M N O P R S T U V W

A

  • Advance/Decline, A/D-line

    De A/D-line wordt berekend aan de hand van het dagelijkse verschil tussen het aantal stijgende en het aantal dalende fondsen. Als men de uitkomst optelt bij de waarde van de beursdag ervoor, verkrijgt men een glooiende lijn. Een stijgende A/D-line wijst op draagvlak voor een stijging. Als een nieuwe markttop of een stijging niet wordt bevestigd door een nieuwe high van de A/D-line, spreekt men over een een herstel van inferieure kwaliteit, in het jargon: 'poor market breadth'. Dergelijke rallies moet men altijd argwanend beoordelen.

  • Aviezen AEX/AMX

    Het gaat bij de AEX/AMX nooit om de index zelf maar om de afgeleide producten (derivaten) zoals;

    • opties op de AEX/AMX
    • Turbo's op de AEX/AMX
    • Futures op de AEX/AMX

    Uw broker of bank kan u hier verder over informeren.

  • All-time high, All-time low

    Het all-time high staat voor de hoogste koers van een fonds tot dan toe. Het all-time low staat voor de laagste koers die een fonds (of andere waarde) tot dan toe heeft behaald. Deze niveaus zijn absoluut. Een ander veel gebruikte term is het 52-weeks hoog (of laag). Deze koers weerspiegelt dus het hoogste of laagste niveau van het afgelopen jaar. Iedere dag schuift de bandbreedte dus een beetje op. Dit in tegenstelling tot de eerder genoemde all-time highs of lows. Een all-time high of low is een belangrijk referentiepunt

  • AFM (Regelgeving van de AFM)

    Overeenkomstig de regelgeving van de Autoriteit Financiële Markten (AFM) mogen analisten van de TOSTRAMS Groep BV geen posities aanhouden in aandelen en/of fondsen waarover zij adviseren, tenzij dit nadrukkelijk wordt vermeld. Op onze internetsites kunt u exact zien welke analisten voor welke aandelen verantwoordelijk zijn.

  • ADX

    The Average Directional Index (ADX) geeft de kracht (of het ontbreken daarvan) van een trend aan. De waardes van de ADX lopen van 0 tot 100. De trend is sterker als de ADX-indicator een hogere waarde aangeeft en vice versa. Een stijgende ADX geeft aan dat de trend sterker wordt en doorzet. Deze indicator wordt vaak gebruik in combinatie met DMI lijnen. In dit geval laat de indicator u drie verschillende lijnen zien. De eerste is de ADX lijn in de grafiek aangegeven met een zwarte lijn. De overige twee lijnen zijn DMI+ (groen) en DMI- (rood). Noteert de DMI+ boven de DMI-, dan is sprake van een opgaande trend. Noteert DMI- boven DMI+, dan is sprake van een neergaande trend. De waarde van de ADX lijn geeft vervolgens aan hoe sterk deze trend is.

B

  • Baisse

    De belegger verwacht een koersdaling van een fonds/markt.

  • Bearish

    De belegger verwacht een koersdaling van een fonds/markt.

  • Bear-trap

    Indien een neerwaartse uitbraak niet bevestigd wordt, kan een bear-trap optreden (false move). De koers stijgt na de uitbraak weer terug binnen de voormalige trading range en geeft daarmee aan dat er onvoldoende verkopers zijn en dat er juist veel vraag is (tegenovergestelde van een bull-trap)

  • Beursomzet, money flow

    De beursomzet, een belangrijke factor in het koersverloop, meet de kracht van de kopers. Aan de omzet leidt men af of de beleggers gretig zijn. Bij elk signaal wordt door TOSTRAMS ook het omzetverloop beoordeeld. Een signaal dat niet wordt begeleid door hoge omzetten, wordt altijd gewantrouwd. De regel is dat de omzetten de richting van de trend moeten bevestigen. Alleen in een neutrale trend wordt weinig belang gehecht aan de omzet.

    De money flow wordt van de dagelijkse beursomzetten afgeleid. Deze money flowindicator laat de onderliggende geldstromen van een aandeel of van een beurs goed zien. In de berekening van deze indicator worden de beursomzetten en het koersverloop verwerkt. Zie voor een interpretatie ook money flow.

  • B.O.B.-indicator, methode

    B.O.B.-indicator: De B.O.B.-indicator geeft de relatieve prestaties van een fonds, sector of index weer. Ook wel B.O.B.-lijn of relatieve sterkte genoemd. De B.O.B.-lijnen (rode en zwarte lijnen op de onderste helft van de lange termijn grafiek) vergelijken het koersverloop van een fonds met dat van een index of met dat van de brede markt. De B.O.B.-lijnen  worden gebruikt bij het selecteren van een fonds in de lange termijn (model-) portefeuilles.

    De succesvolle B.O.B.-methode is gebaseerd op de volgende technische criteria:
    De eerste voorwaarde: Een stijgende trend is op de grafiek altijd goed herkenbaar aan het  patroon van hogere toppen en hogere bodems. Op een objectieve manier is te beoordelen of de koers van het aandeel boven de lijn van het 200-daags gemiddelde ligt en of deze lijn (bovenste rode doorlopende lijn op de grafiek) stijgt.
    De tweede voorwaarde: Een aandeel moet altijd beter presteren dan andere aandelen op de beurs. Dit beoordeelt TOSTRAMS aan de hand van de B.O.B.-lijn (onderste blauwe doorlopende lijn op de grafiek). De B.O.B.-lijn geeft aan dat het aandeel van je keuze beter of slechter dan andere aandelen presteert.

    .BOB-methode

  • Bodem

    Een bodem geeft het niveau aan waar een eerdere koersdaling is opgevangen, omdat er op dat moment veel kopers waren. Een dergelijk niveau op de grafiek wordt ook wel steun genoemd. De begrippen steun en bodem geven dus dezelfde marktomstandigheden aan, waarbij sprake is van vraag naar een aandeel. Bij meerdere bodems kan men een steunlijn trekken. Zoek ook onder Steun.

  • Bodempatroon

    Bodem patronen signaleren een ommekeer van de huidige trend. Een van dergelijke ommekeerpatroon is een bodempatroon. Een ander veelvuldig voorkomend patroon is een dubbele bodem of tripple bodem.
    Het grote verschil tussen deze noemde patronen is dat de pieken en dalen van de dubbele- en tripple bodems op een nagenoeg gelijk niveau liggen. Een bodempatroon is pas afgerond bij het opwaarts breken van de laatste top. Het volumeprofiel is hoog bij de uitbraak.

  • Bodement

    De term 'Bodement' geeft een potentiële verbetering aan. De dalende  trend is reeds gebroken. Een 'bodemende' grafiek signaleert vaak de overgang tussen een zijwaartse en stijgende trend. Zie ook Trends.

  • Breakaway-gap (= uitbraakhiaat)

    Komt vooral voor bij de uitbraak uit een formatie. Zij zijn dus zeer waardevol als voorbode van een snelle en belangrijke koersbeweging in de richting van een uitbraak. Bij voorkeur met hoge volumes.

  • Bull/Bullish

    De belegger verwacht een koersstijging van een fonds/markt.

  • Bull-trap

    Indien een uitbraak niet bevestigd wordt, kan een bull-trap optreden, ook wel false move genoemd. De koers valt na een uitbraak weer terug binnen de voormalige trading range en geeft daarmee aan, dat er onvoldoende kopers zijn en dat er juist veel aanbod is.

C

  • Candlestick

    Een uit Japan afkomstige grafiekensoort. De verticale rechthoek (body) geeft slechts de niveaus tussen opening- en slotstand weer. De twee verticale lijntjes erbuiten geven het intraday hoogste en intraday laagste punt weer. Een witte body, zoals in het voorbeeld, geeft aan dat het slot boven de opening ligt. Dit wijst erop dat de kopers die sessie (dag of week) domineerden.

  • Consolideren

    Consolideren betekent 'adempauze', we nemen even pas op dep laats en wachten af welke richting het fonds gaat kiezen.

  • Commodities

    Commodities zijn grondstoffen en/of goederen. Net als aandelen zijn deze wereldwijd vrij te verhandelen op de verscheidene goederen termijnmarkten in (bijvoorbeeld) Amsterdam, Duitsland en de VS. De goederen worden verhandeld middels gestandaardiseerde termijn contracten (futures). De onderliggende waarden lopen uiteen van goud, zilver, olie en graan tot de meer exotische producten zoals cacao, sinaasappelen, bevroren garnalen, varkenspensen en sojabonen. De goederen termijnmarkt is toegankelijk voor particulieren, maar wordt voor bijna de 100% gedomineerd door de professionele handel. Dit gezien het internationale karakter van de handel en de grotere bedragen die met de transacties gepaard gaan. Veel agrariërs maken van termijncontracten gebruik om prijsfluctuaties van hun eigen producten af te dekken of om een mislukt oogst op te vangen.

  • CCI

    De Commodity Channel Index (CCI) is een op momentum gebaseerde oscillator die wordt gebruikt om te bepalen wanneer een onderliggende waarde in een sterke trend beweegt. Noteert de indicator boven +100 dan is er sprake van een stijgende trend. Een indicatorwaarde onder de -100 geeft een dalende trend weer. Alle bewegingen tussen -100 en +100 wijzen op een neutrale technische conditie.

D

  • Dagenlijn (200-)

    Officiële term is "200-daags voortschrijdend gemiddelde". Geeft door middel van één vloeiende lijn een goed beeld van de lange termijn onderliggende trend. Op de site gebruiken wij het 200-daags (= 40-weeks) gemiddelde bij de lange termijn analyses. Het 200-daags voortschrijdend gemiddelde wordt berekend door elke dag de laatste 200 slotkoersen bij elkaar op te tellen en de som daarvan te delen door 200. Positief is wanneer het 200-daags voortschrijdend gemiddelde stijgt en de koers erboven beweegt en de koers hogere toppen en bodems laat zien. Het 200-daags voortschrijdend gemiddelde wordt op de lange termijn grafieken weergegeven door middel van een rode doorlopende lijn. Het 200-daags voortschrijdend gemiddelde op deze site wordt "gewogen" berekend. Aan de meest recente koersen wordt een zwaarder gewicht toegekend dan aan de oudste koersen, waardoor deze lijn iets gevoeliger reageert op actuele gebeurtenissen. Een fonds kan alleen in de lange termijn voorbeeldportefeuille opgenomen worden, indien de koers boven de 200-dagenlijn staat en deze lijn een stijgend verloop laat zien. (zie ook voorbeeldgrafiek).

  • Driehoeksformatie

    Wordt gevormd door twee trendlijnen die in gelijke mate naar elkaar toelopen, met dalende toppen en stijgende bodems. Het is een tussentijdse formatie die hooguit een ommekeer in de korte termijn trend bewerkstelligt.

  • Dubbele bodem

    Indien in een neerwaartse trend de laatste bodem niet meer onder de vorige ligt, ontstaat een eerste positief signaal. Het volume (de verkoopdruk) bij de tweede bodem is meestal lager dan bij de eerste bodem. Een koopsignaal treedt pas op indien de koers boven de laatste top uitstijgt.

  • Dubbele top

    Bestaat uit twee koerstoppen die gescheiden worden door een dal. De laatste top ligt niet meer boven de vorige top; er ontstaat een verzwakking.

  • DMI

    De Directional Movement Index (DMI) is een indicator die als doel heeft belangrijke trends te ontdekken. Deze indicator meet dit door eerdere hoogte- en dieptepunten te vergelijken en twee lijnen te tekenen: een positieve directionele bewegingslijn (+DI) en een negatieve directionele bewegingslijn (-DI). Een optionele derde regel, de gemiddelde directionele index (ADX) genoemd, kan ook worden gebruikt om de sterkte van de opwaartse of neerwaartse trend te meten. Wanneer +DI boven -DI is, is er meer koopkracht dan verkoopkracht. Omgekeerd, als -DI hoger is dan +DI, dan is er meer verkoopdruk.

F

  • False move

    Zie bull-trap en bear-trap

  • Fondscode

    Ga naar de volgende link: Kijk op de site van Euronext.nl
    Of zoek op www.google.nl voer de naam in en code.
    Of vraag ernaar bij uw broker/bank.

G

  • Gaps

    Een gap in een opwaartse trend ontstaat indien de laagste koers van een sessie hoger ligt dan de hoogste koers van de voorgaande sessie. Gap's op uitbraakpunten bevestigen de kracht van het signaal. Een gap geeft altijd dynamische marktomstandigheden weer. In een opwaartse trend geeft een gap meestal steun aan, in een neergaande trend wijst het op weerstand.

  • Gewogen moving average

    Hierbij worden aan de gebruikte waarnemingen gewichten toegekend, waarbij de meest recente waarneming het grootste gewicht krijgt toegekend. Omdat de laatste koers het grootste gewicht krijgt, kan men sneller concluderen of een trend gekeerd is.

  • Golfbewegingen en cycli

    TOSTRAMS maakt gebruik van de golfbewegingen in het koersverloop. Deze komen voor bij alle vrij verhandelbare effecten, zoals aandelen, indices, valuta's, obligaties en grondstoffen. Elk fonds verkeert altijd in een stijgende, dalende of zijwaartse fase. Uitgangspunt is dat een trend altijd de neiging heeft zich voort te zetten. Sommige trends kunnen zeer lang aanhouden.

  • Goud

    De Goudprijs noteert altijd dollars per troy ounce. Een ounce is 31,1 gram. Goud wordt vaak gezien als een barometer voor onzekere economische tijden. Er is een typische 'vlucht naar veiligheid' aangezien beleggers hun kapitaal willen beschermen. Doorgaans wordt goud aangekocht om de gevolgen van inflatie en wisselkoersschommelingen op te vangen. Er staan steeds meer methodes ter beschikking om mee te doen aan goudprijsbewegingen. Van gouden munten tot derivaten (zoals opties en turbo's), de beste manier hangt af van de eisen en de vooruitzichten van de individuele belegger. Munten en kleine staven, op de beurs verhandeld goud, goudrekeningen, goudcertificaten, op goud georiënteerde beleggingsfondsen, goudmijnaandelen, gestructureerde producten en derivaten (zoals opties, turbo's, sprinters et cetera). Het onderscheid tussen het kopen van daadwerkelijk goud en het verwerven van mogelijkheden om deel te nemen aan bewegingen in de goudprijs is niet altijd duidelijk, vooral ook omdat het altijd mogelijk is geweest om te beleggen in goud zonder het daadwerkelijk fysiek te ontvangen. Op onze internetsite kunt u onder andere goudmijnaandelen, turbo's en uiteraard de World Asset Portefeuille vinden. Als u erover denkt om in goud te beleggen, moet u dezelfde aandacht aan uw aankoop besteden als aan elke andere belegging. Door te beleggen in Goud neemt men overigens ook een positie in de Amerikaanse dollar in, want Goud wordt altijd in dollars verhandeld. De koers op onze grafiek loopt een dag achter op de actuele ontwikkeling van de Goudprijs.

  • Grafiek

    Een grafiek vertelt meer dan 1000 woorden. De basisregel van technische analyse is dat een fonds altijd verkeert in een van de  fases van een volledige koerscyclus (stijging, daling en neutraal). Elke belegger of speculant dient zich, voor hij actie onderneemt, altijd af te vragen in welke fase het fonds van zijn keuze zich bevindt. Een grafiek vertelt meer dan 1000 woorden. Dit geldt voor aandelen, fondsen, grondstoffen, obligaties of/en valuta's.  Zie ook voorbeeldgrafieken.

H

  • Hoofd&schouder bodemformatie

    Een frequent voorkomend koerspatroon, welke het begin van een belangrijke opwaartse beweging aankondigt. Het patroon bestaat altijd uit minimaal drie op elkaar volgende bodems, waarvan de middelste (het hoofd) het diepst ligt. Een koopsignaal treedt op nadat de horizontale weerstand (zie pijl) wordt gebroken. Daarbij moeten de omzetten explosief toenemen, anders moet men het signaal wantrouwen. De kans op een stijging bedraagt, na voltooiing met hoge omzetten, meer dan 82%.

  • Hoofd&schouder topformatie

    Een koerspatroon dat voorkomt aan het einde van een lange opwaartse beweging. De meeste topformaties worden gevormd door een trendbreuk gevolgd door een lagere top. Een daling onder een voorgaande bodem geeft een verkoopsignaal. De bevestiging vindt plaats bij het herstel naar de onderzijde van de weerstand (zie onderstaande grafiek).Het volume profiel dient hoog te zijn bij de uitbraak en laag te zijn bij het herstel naar de onderzijde van de weerstand.

I

  • Intraday

    Dit betekent dat de verandering plaatsvindt gedurende de dag tussen opening en sluiting van de beurs. De koersbewegingen die 'intraday' plaatsvinden worden mee genomen in de dagelijkse beoordeling van elk fonds. Een doorbraak is overigens pas geldig indien ook de slotkoers van die dag een doorbraak laat zien. Hierdoor worden adviesveranderingen pas aan het einde van de dag doorgevoerd.

K

  • Key reversal

    Is een trendomkeerpatroon en verschijnt aan het einde van een langdurige opwaartse beweging. Aan het begin van de dag beweegt de koers nog duidelijk in de richting van de bestaande trend. Maar gedurende de sessie draait het sentiment 180 graden en sluit de koers op het laagste punt van de dag. Dit wordt een key reversal-down genoemd. Bij een key reversal-up geldt het omgekeerde. Er is een langdurige neerwaartse beweging, waarbij het sentiment gedurende de sessie 180 graden draait en de koers op het hoogste punt van de dag sluit. Meestal wordt zo'n draai begeleid door extreem hoge omzetten.

  • Kaspositie

    Wilt u dagelijks de lange termijn portefeuilles raadplegen? Op TOSTRAMS.nl wordt exact aangegeven hoeveel aandelen van elke positie wordt aangehouden. Maar u kunt ook zien hoeveel en welk percentage van het vermogen in Kas aangehouden wordt. Hiermee wordt het bedrag aangegeven dat in kas zit na verwerking van alle transacties. Zodra een nieuwe koopactie is gedaan, wordt het bedrag in kas verminderd met de waarde van deze transactie. Zodra een verkoopactie is verwerkt, wordt de opbrengst van deze verkooptransactie toegevoegd aan de kas. De kas geeft dus altijd het eindsaldo aan na verweking van alle voorgaande koop- en verkoopacties.

  • Koersdoel

    De meest bekende methode om een koersdoel te bepalen is om op de koersgrafiek te zoeken naar belangrijke oude toppen of bodems in het verleden. De vuistregel is dat hoe vaker een top of bodem getest is, des te groter het belang ervan is. Ook de toenmalige koersreacties bepalen het gewicht.  Het is altijd opvallend hoe vaak en hoe nauwkeurig een dergelijk koersdoel wordt gehaald.

    (Berekende) Koersdoelen:

    Koersdoelen kunnen ook 'berekend' worden aan de hand van de Pendulum-swing. Met deze methode berekent men een koersdoel aan de hand van projecties vanaf het uitbraakpunt.

  • Koersen Goud&Zilver

    De handel in grondstoffen zoals goud en zilver vindt plaats tijdens een 24-uurshandel. Momentopnames van de 24-uurshandel (zoals bij het einde van de beursdag in Europa of de Verenigde Staten) zijn geen exacte slotkoersen zoals bij de aandelenmarkten. Deze signalen kunnen derhalve worden gezien als een "intraday moment". Doordat de data van de grondstoffen geen exacte dagelijkse slotstanden weergeeft zullen we geen concrete posities meer volgen. Wel geven we de trendrichting weer, plus steun- en weerstandsniveaus en onze verwachting.

  • Koersgrafiek

    Het belangrijkste instrument van de technische analist vormt de koersgrafiek. De bouwstenen van elke grafiek zijn de slotkoersen, de openingskoersen, de hoogste/laagste koersen en het volume. Er zijn logaritmische en lineaire grafieken. Op logaritmische grafiek wordt een beweging procentueel weergegeven; een stijging van 10 naar 20 wordt hier even groot afgebeeld als een stijging van 100 naar 200. De lineaire grafiek toont een beweging absoluut; een stijging van 10 naar 12 wordt even groot aangegeven als bijvoorbeeld van 100 naar 120.
    Logaritmisch = Procentueel. Lineair = Absoluut.

  • Koopsignaal

    Een koopsignaal treedt doorgaans op indien de koers boven een voormalige weerstand weet uit te stijgen. Als basisregel geldt dat hoe meer toppen uit het verleden worden gebroken, des te krachtiger het koopsignaal is. Bij een uitbraak, waarbij tijdens de uitbraak veel van het potentieel wordt 'opgesnoept' kopen we niet kopen, maar wachten we op een terugval ( pull-back). Belangrijk is hierbij om te letten op de volumes. (Hoog tijdens uitbraak, laag tijdens pull-back). Het is dus in sommige gevallen mogelijk dat we pas kopen onder de laatste koerspiek.

  • Kopen op dips

    Een haussestrategie waarbij men alleen op correcties tot een belangrijke steun of nabij een trendlijn koopt.

  • Korte of lange termijn

    (korte termijn daggrafiek / lange termijn weekgrafiek)
    Over korte termijn spreken we wanneer we een periode van 6 weken tot drie maanden bedoelen. De korte termijn analyses van TOSTRAMS richten zich vooral op speculatieve beleggers. Het minimale winstpotentieel moet circa 10% bedragen. Met lange termijn bedoelen we een periode van minimaal een jaar. De lange termijn analyses richten zich vooral op de meer conservatieve en risicomijdende beleggers.

L

  • Lange of korte termijn

    (korte termijn daggrafiek / lange termijn weekgrafiek)
    Over korte termijn spreken we wanneer we een periode van 6 weken tot drie maanden bedoelen. De korte termijn analyses van TOSTRAMS richten zich vooral op speculatieve beleggers. Het minimale winstpotentieel moet circa 10% bedragen. Met lange termijn bedoelen we een periode van minimaal een jaar. De lange termijn analyses richten zich vooral op de meer conservatieve en risicomijdende beleggers.

  • Lijngrafiek

    Deze grafiek geeft door middel van één lijn alleen de slotkoersen weer (close-only-chart). Een deel van de informatie (hoog/laag/open) wordt niet weergegeven. Daar staat tegenover dat het analyseren van lijngrafieken gemakkelijker is dan van staafgrafieken. Doorbraken en snijpunten staan onomstotelijk vast en zijn minder vatbaar voor discussie.

  • Lineaire grafiek

    Bij een lineaire grafiek wordt de absolute prijsverandering weergegeven. Op de prijsas wordt een stijging van 4 naar 8 altijd even groot aangegeven als bijvoorbeeld van 44 naar 48. Echter, procentueel zijn dit totaal verschillende relatieve veranderingen.

  • Logaritmische grafiek

    Als de koersen procentueel worden weergegeven. Op de prijsas van een logaritmische grafiek wordt een stijging van 10 naar 20 altijd even groot weergegeven als een stijging van 100 naar 200. Op lange termijn grafieken worden bewegingen beter weergegeven door een logaritmische schaalverdeling.

  • Long-positie

    Met een Turbo Long profiteert u van een stijging van de onderliggende waarde, terwijl u met een Turbo Short juist profiteert van een daling. Door een ingebouwd beschermingsmechanisme (de stoploss) geeft RBS u de garantie dat de waarde van een Turbo nooit negatief kan worden. U kunt dus nooit méér dan uw belegging kwijtraken. Turbo's hebben geen vaste looptijd.

M

  • MACD

    MACD: de MACD indicator is een zogenaamde trend-volgende indicator. Met de MACD kan de kracht van de trend en eventuele draaipunten in de trend worden gevonden.

    De MACD laat het verschil (spread) zien tussen een kortere en langere termijn voortschrijdend gemiddelde (het 26-daags versus het 13-daags voortschrijdend gemiddelde) van een aandeel of een index.

    Op bijgaande voorbeeld grafiek (afbeelding 1) wordt de MACD op de onderste helft weergegeven door middel van de groene en rode verticale lijnen (zg histogram). De zwarte doorlopende lijn is de MACD signaallijn. De MACD signaallijn is het 9-daags voortschrijdend gemiddelde van de MACD, waarbij elke dag de gemiddelde MACD waardes van de laatste 9 dagen worden berekend. Voor de MACD signaallijn wordt vaak een tijdsafhankelijk voortschrijdend gemiddelde gebruikt (ook wel exponentieel voortschrijdend gemiddelde, waarbij de laatste waarde het zwaarst mee telt).

    MACD
    Afbeelding 1: MACD

    Welke signalen geeft de MACD af?

    De MACD indicator geeft twee verschillende soorten signalen af, namelijk de sterkte van een trend en de kantelpunten in een trend. Het eerste signaal dat de MACD indicator afgeeft is of de trend stijgend of dalend is. Als de MACD stijgt, is de trend stijgend (bullish). Zodra de MACD een daling in zet of af vlakt, wordt de kracht van de trend minder en is het goed mogelijk dat de trend wijzigt.

    Een tweede signaal dat de MACD indicator afgeeft is wanneer de MACD de MACD signaallijn kruist. Als de MACD signaallijn boven de MACD komt, geeft de MACD indicator een verkoopsignaal af. Als de MACD signaallijn onder de MACD komt, wordt een aankoopsignaal afgegeven.

    Beperkingen van de MACD

    De MACD indicator is hiermee een handige technische analyse indicator, omdat er verschillende signalen worden afgegeven. Uiteraard kent de MACD wel zijn beperkingen. Ten eerste is de MACD vooral een korte termijn indicator. De langste periode waarmee de MACD rekening houdt, is het lange termijn voortschrijdend gemiddelde van 26 dagen.

    De tweede beperking van de MACD is dat het pas op een laat moment een signaal afgeeft. Omdat de MACD een trendvolgende indicator is, worden pas signalen afgegeven als de trend al is ontstaan en wellicht met andere methodes eerder herkend had kunnen worden.

    Naast bovenstaande twee beperkingen, zijn er nog twee algemene opmerkingen te maken over het gebruik van technische analyse indicatoren. Allereerst volgen niet alle aandelen altijd een trend. Sterker nog, op elk willekeurig moment zullen de meeste aandelen helemaal geen trend volgen. En de aandelen die wel een trend volgen, zitten zeker niet altijd in de juiste trend om er in te gaan beleggen. Daarom zul je veel verschillende aandelen moeten volgen om de juiste beslissing te kunnen nemen. Dit geldt voor alle technische analyse methodes, dus ook voor de MACD indicator.

  • MSCI World-index

    De MSCI World-index is een marktkapitalisatie-index, aangepast naar het aantal vrij verhandelbare aandelen. In augustus 2005 was de index samengesteld uit de volgende 23 indices van landen met een ontwikkelde markt: Australië, Oostenrijk, België, Canada, Denemarken, Finland, Frankrijk, Duitsland, Griekenland, Hongkong, Ierland, Italië, Japan, Nederland, Nieuw-Zeeland, Noorwegen, Portugal, Singapore, Spanje, Zweden, Zwitserland, het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten. De index vertegenwoordigt de ondernemingen in deze landen die beschikbaar zijn voor beleggers over de hele wereld (bron: NYSE Euronext).

    De openingstijden zijn dus niet hetzelfde. Het realtime (intraday) volgen van deze index is derhalve niet mogelijk. In de grafiek (zoals op deze op onze site zichtbaar is) zit een dag vertraging

    De index wordt onderhouden door de onderneming MSCI, bekend als Morgan Stanley Capital International. De index is samengesteld uit 1728 aandelen uit 23 ontwikkelde landen (aantallen per 31 oktober 2008). Sinds 1969 wordt de index berekend en het geldt anno 2008 als de standaard benchmark voor wereldwijde beleggingsfondsen. Bij de berekening van de index wordt geen rekening gehouden met het uitgekeerde dividend. De startwaarde was 100 punten. In tegenstelling tot wat de naam wellicht suggereert, wordt in de MSCI World index uitsluitend aandelen uit ontwikkelde landen meegenomen.
    Wiki

  • Money flow

    De money flow wordt van de beursomzetten en het koersverloop afgeleid. De money flow wordt als volgt beoordeeld:

    • De money flow, die van de beursomzetten wordt afgeleid, is negatief. Dit geeft aan dat er kapitaal aan de markt wordt onttrokken.
    • De money flow krult omhoog. Dit geeft de gematigde instroom van vers kapitaal weer.
    • De money flow, die van de beursomzetten wordt afgeleid, is positief. Dit geeft aan dat er nieuw geld in de markt komt. Een stijgende money flow signaleert dus de instroom van vers kapitaal.
    • De money flow krult neerwaarts. Dit geeft aan dat er langzaam geld uit de markt weglekt.
    • Een vlakke money flow suggereert dat de inkomende en uitgaande geldstromen in evenwicht zijn.
  • Moving average

    Zie voortschrijdend gemiddelde

  • Multi hoofd&schouderformatie

    Hoofd&schouder-formatie met meer dan één hoofd

N

  • Neerwaarts trendkanaal

    Als de koers beweegt tussen twee parallel dalende trendlijnen.

  • Neerwaarts gerichte positie

    (shortpositie)
    Een dergelijke positie anticipeert op een daling van de koers. Zulke strategieën kunnen bestaan uit aandelen, opties, warrants en/of obligaties.

  • Neutraal

    Fonds ziet in een overwegend vlak/ zijwaarts koersverloop.

O

  • Opwaarts gerichte posities

    Een dergelijke positie anticipeert op een stijging van de koers. Zulke strategieën kunnen bestaan uit aandelen, opties, warrants en/of obligaties.

  • Opwaarts trendkanaal

    Als de koers beweegt tussen twee parallel stijgende trendlijnen.

  • Outperformance

    Een fonds dat beter presteert dan de betreffende beursindex is hierdoor een outperformer. Een dergelijk fonds kan gevonden worden met behulp van de B.O.B.-indicator.

    Op de onderste helft van de grafiek wordt een koopsignaal gegenereerd indien de rode (snelle) doorlopende B.O.B.-lijn, de zwarte (trage) B.O.B.-lijn opwaarts kruist. Bovendien moeten beide lijnen een stijgende trend weergeven. Het doel van B.O.B. is om de ideale lange termijn portefeuille samen te stellen, die geheel bestaat uit sterke fondsen. Het is voldoende om de B.O.B. -portefeuilles een keer per maand te checken, echter omwille van de actualiteit worden de aanpassingen wekelijks beoordeeld. Elk fonds dat aan de voorwaarden van B.O.B. voldoet, wordt doorgaans altijd in portefeuille opgenomen.

P

  • Pendulum Swing

    Een veel gebruikte methode waarmee men een koersdoel berekent door de oude bandbreedte op te tellen of af te trekken vanaf het uitbraakpunt.

  • Persoonlijk advies

    Wij mogen, iov de Autoriteiten Financiële Markten, geen persoonlijk advies geven.

  • Potentieel

    Is de afstand tussen koers en koersdoel.

  • Pull back

    Als de koers uitstijgt boven een weerstandsniveau, dan wordt dat laatste een steunniveau. De verkopers van weleer worden dan de toekomstige kopers. Een pull back geeft een patroon dat vaak vooraf gaat aan een duurzame stijging en biedt nog eenmaal de kans om (bij-) te kopen.

R

  • Ranking

    Hierbij wordt het opwaarts potentieel vergeleken met het risico. Hoe groter het potentieel, hoe hoger de ranking. Om posities te rechtvaardigen zien we het liefst een ranking van minimaal 2. In dat geval is de potentiële winst twee keer zo groot als het maximale verlies. In individuele gevallen kunnen wij hier van afwijken, bijvoorbeeld indien het technisch beeld daar aanleiding toe geeft. Indien de ranking op min staat is het fonds waarschijnlijk onder steun gezakt. Zie ook Risk/reward.

  • Relatieve sterkte (RS)

    De relatieve sterkte (RS)-indicator laat zien hoe sterk een waarde is ten opzichte van een andere waarde. Diverse vergelijkingen zijn mogelijk:

    • fonds ten opzichte van een ander fonds (bijvoorbeeld KPN t.o.v. Deutsche Telecom)
    • fonds ten opzichte van een sector (bijvoorbeeld Aegon t.o.v. Dow Jones Stoxx Financials Index)
    • fonds ten opzichte van de index waarvan dit fonds deel uitmaakt (bijvoorbeeld Elsevier t.o.v. AEX)

    Vrijwel elke zinvolle combinatie is mogelijk. Niet zinvol is bijvoorbeeld de relatieve sterkte van Elsevier ten opzichte van Apple. De laatste van bovenstaande combinaties wordt gebruikt in de grafiek op het besloten deel van deze website. De RS kan op diverse manieren worden bestudeerd. De twee belangrijkste zijn echter: richting en eventuele kruisingen.

    Richting:

    de richting van de relatieve sterkte lijnen geeft de te volgen handelsstrategie aan. Dit wil zeggen, koop als de lijnen omhoog wijzen en verkoop als de lijnen neerwaarts gericht zijn. Dalende RS-lijnen weerspiegelen immers dat het fonds zwakker presteert dan bijvoorbeeld de AEX. Stijgende lijnen weerspiegelen dat het fonds superieur presteert in vergelijking met de AEX.

    Kruisingen

    (of het verloop) van de twee lijnen laat de kracht van een beweging zien. Op deze wijze vindt u de best presterende fondsen binnen een bepaalde sector of index. Als de snelle  relatieve sterktelijn van Hagemeyer (fonds bestaat al jaren niet meer) de langzame positief heeft gekruist, geeft dit een koopsignaal en presteert Hagemeyer beter dan de AEX. U koopt in dat geval een echte winnaar. Op de grafieken op het besloten deel van de website is een dergelijk koopsignaal op de RS-lijnen zichtbaar als de rode stippellijn in de koersgrafiek, de blauwe stippellijn opwaarts kruist (rs is overal een lijn, crosses zijn er dan ook niet meer).  Een opwaartse kruising signaleert dat een fonds beter gaat presteren dan de index. Dit is positief en  wordt ook wel 'outperformance' genoemd. Een kruising van de lijnen signaleert dat het fonds zwakker in vergelijking met de index presteert. Dit is negatief en wordt ook wel 'underperformance' genoemd.

  • Rendement, rend. abs, rend t.o.v.

    Rendement:

    klik hier

    Rend. abs.:

    Hier staat het absolute rendement van één positie. Dit getal geeft het procentuele verschil (winst of verlies) weer, tussen de aanschafwaarde van een positie en de huidige beurswaarde van deze positie.

    Rend. t.o.v. betreffende beursindex:

    Hier wordt het absolute rendement van één positie vergeleken met het rendement van de betreffende beursindex gedurende dezelfde periode. Dit getal geeft het procentuele verschil (winst of verlies) weer, tussen het absolute rendement van één positie ten opzichte van het absolute rendement van de betreffende beursindex gedurende de periode dat het aandeel in portefeuille is opgenomen.

  • Risico

    Is de afstand tussen koers en steun of stoploss.

  • Risk/reward

    (risico/rendement)

    Dit is een complex begrip, dat komt omdat elke beslissing om te kopen altijd de uitkomst is van een gedegen beslissingsproces. De afweging begint bij een beoordeling van de stand van de indicatoren (moving average, moneyflow en relatieve sterkte), vervolgens wordt per fonds beoordeeld of de kwaliteit van het technische signaal voldoet aan onze voorwaarden. Tot zover wordt er nog niet gekeken naar de risk/reward. Pas na het voorgaande wordt berekend of er voldoende opwaarts potentieel is en nemen we het risico in acht. Er moet doorgaans minimaal twee keer zo veel potentieel als risico zijn; een risk/reward van 2 of hoger. Door de bank genomen zullen we een koopsignaal alleen honoreren indien de risk/reward voldoende is. Onze adviezen hebben altijd als primaire doelen om a) de markt te verslaan en b) het initiële vermogen in stand te houden. Deze twee doelen kunnen alleen samen gerealiseerd worden door de aankoopregels zeer strak toe te passen. Hiervoor gebruiken we dus bovengemelde methode. Het toepassen van een stoploss is absoluut een voorwaarde die niet uit het oog verloren mag worden. Wij adviseren altijd om een stoploss als mental stop toe te passen; u houdt een bepaald niveau in gedachten en voert de verkoopactie zelfstandig uit indien u zelf vindt dat een stoploss voldoende/overtuigend  is gebroken. De stoploss-niveaus  worden overigens door een researchprogramma berekend, waardoor soms fluctuaties en/of aanpassingen kunnen optreden.

    In de overzichten dient u echter een onderscheid te maken tussen fondsen met en opwaartse en fondsen met een neerwaartse trend.

    Voorbeeld:

    Air France biedt 35% opwaarts potentieel, tegen 7% neerwaarts risico. De trend is opwaarts. De risk/reward ratio bedraagt 5.

    Ten Cate biedt 3% opwaarts potentieel, tegen 12% neerwaarts risico. De trend is neerwaarts. De risk/reward ratio voor Ten Cate wordt andersom berekend en bedraagt in dit geval 4.

  • Rolwisseling tussen steun en weerstand

    Als de koers boven een weerstand uitstijgt, dan wordt de weerstand, door de verhoogde koopdruk of vraag, de nieuwe steun. Op deze wijze kunnen in een uptrend de ideale tussentijdse steunzones voorspeld worden. Als de koers daalt onder een steunniveau, dan wordt het steunniveau een weerstandsniveau.

  • Ronde bodemformatie

    Geeft een geleidelijke opwaartse ommekeer in de trend weer.

  • Ronde topformatie

    Geeft een geleidelijke neerwaartse ommekeer in de trend weer.

  • Ruwe Olie

    Er zijn meerder mogelijkheden om te beleggen in energie of ruwe olie. U moet er wel wat moeite voor doen. Dit zijn enkele mogelijkheden:

    • turbo's op de olieprijs: www.RBS.com
    • opties op de olieprijs (opties op de future)
    • ETF's op de olieprijs op de future
    • Beleggingsfondsen: ING Energie Fund (is niet per definitie alleen olie)
    • Het fonds RDS.
  • ROC

    De Rate of Change (ROC) is een momentumindicator die de procentuele prijsverandering meet tussen de huidige koers en de koers van een aantal perioden geleden. De ROC meet als het ware de snelheid waarmee de prijs van de onderliggende waarde verandert. Indien de waarde boven de signaallijn beweegt is er sprake van stijgende Momentum. Onder de signaallijn duidt op een dalend Momentum.

S

  • Short-positie

    Met een Turbo Short profiteert u van een daling van de onderliggende waarde, terwijl u met een Turbo Long juist profiteert van een stijging. Door een ingebouwd beschermingsmechanisme (de stoploss) geeft RBS u de garantie dat de waarde van een Turbo nooit negatief kan worden. U kunt dus nooit méér dan uw belegging kwijtraken. Turbo's hebben geen vaste looptijd.

  • Staafgrafiek

    Door middel van een verticaal staafje worden de hoogste en laagste koers van een dag (of van een week) met elkaar verbonden. Het horizontale streepje aan de rechterkant geeft de slotkoers aan, het horizontale streepje links geeft de openingskoers aan. Staafgrafieken zijn populair omdat ze veel informatie geven over één bepaalde koersperiode (dag/week).

  • Staatsobligaties

    De Euro Schatz is een future-contract op de 2-jarige Duitse Staatslening. Dit contract expireert om de 3 maanden. Dus een termijncontract, dit impliceert niet automatisch dat u de future (het termijncontract) dient aan te schaffen. Aan futures kunnen immers grote risico's kleven.

  • Steun

    Een technisch analist spreekt van een steun wanneer de markt elke keer vanaf een bepaald  niveau opveert. De conclusie uit zo'n steun is dat er blijkbaar beleggers zijn die op dat niveau steeds aandelen kopen. Een steun fungeert blijkbaar als een vangnet, waar de koersdalingen worden opgevangen. Echter zodra een steun wordt gebroken kan er sprake zijn van verzwakking. Na een koopsignaal fungeert een steun meestal als een stoploss. Indien een (speculatief) koopadvies wordt gegeven, maar de laatste koersbodem ligt te ver weg, dan wordt de 3%-regel toegepast. Het niveau waaronder een ingenomen positie moet worden afgekapt en verkocht ligt dan niet op de laatste koersbodem/steun, de stoploss wordt dan vastgesteld op 3% onder het uitbraakpunt.

  • Steunlijn

    Als na een daling de koers een keer opveert, wordt dit op de grafiek zichtbaar door een (enkele) bodem. Deze bodem geeft aan dat daar voldoende kopers actief waren om een verdere daling (tijdelijk) tegen te houden. Men spreekt bij een voorgaande bodem altijd over steun. Een steunlijn kan  getrokken over drie of meer bodems. Hoe meer koersbodems deze steunlijn met elkaar verbindt, des te sterker is de steun (lees: het vangnet). Het belang van een 'horizontale' steunlijn  is zwaarwegender dan van een 'stijgende' steunlijn.

  • Stoploss

    De definitie van stoploss is: het koersniveau waarop het voorgaande advies niet meer geldig is. Bijvoorbeeld, het fonds X wordt gekocht voor € 100 en we verwachten een stijging richting € 120. Als stoploss wordt € 95 gehandhaafd. Zodra de koers € 95 raakt, wordt de positie gesloten. In dit voorbeeld worden de aandelen X dus verkocht tegen een koers van € 95 (of minder).

    In het geval van opties is de werking eigenlijk het zelfde. Het gegeven stoplossniveau is echter gebonden aan de onderliggende waarde en niet aan de optie zelf. Wordt een optie positie op het fonds X geopend, dan treedt de stoploss in werking zodra de onderliggende waarde van het fonds X dus het vooraf gestelde stoploss niveau raakt.

    Een stoploss kan overigens, naar mate de koers fluctueert, mee worden verschoven. Dit kan echter alleen in de richting van de aangehouden positie. Bij een haussepositie kan de stoploss dus alleen naar boven worden verschoven. Bij een baissepositie is dit precies tegenovergesteld. Het mee schuiven van de stoploss kan gemaakte winsten veilig stellen. Een dergelijke stoploss noemt met een 'trailing-stop'.

    Bijvoorbeeld:
    Fonds X wordt gekocht voor € 100. We verwachten een stijging richting € 120 en we handhaven een stoploss van € 95. Als de koers zich na enige tijd op € 123 begeeft, dan kunnen we besluiten, als we opnieuw een stijging voor ogen hebben, de stoploss mee te schuiven naar boven. De nieuwe situatie is dan als volgt:

    Fonds X nog steeds in portefeuille tegen de huidige koers van € 123. We verwachten een stijging richting € 140. We besluiten nu de nieuwe stoploss te verhogen naar € 118. De winst van € 100 naar € 118 is dan dus veilig gesteld.

    Het niveau van de stoploss verschilt per fonds. Een volatiel fonds kan men in de regel wat meer 'ruimte' geven in tegenstelling tot een stabiel fonds. Het belangrijkste van een stoploss is dat deze daadwerkelijk wordt gehandhaafd. Vaak denkt men 'ach, het komt morgen wel weer goed'. Negen van de tien keer komt het echter niet meer goed. Het kleine verlies van de stoploss kan zich dan drastisch opstapelen tot onacceptabele niveaus.

  • Stochastics

    De stochastics is een momentumindicator die gebruikt wordt om draaipunten te voorspellen door de slotkoers van de onderliggende waarde te vergelijken met de range van een bepaalde tijdsperiode. De stochastics bestaat uit twee lijnen die bewegen rond een evenwichtswaarde op een verticale schaal tussen 0 en 100. Deze indicator is gebaseerd op de gedachte dat een aandeel sterker wordt wanneer de slotkoers dicht bij de hoogste koers van de dag ligt. Bij dalende koersen bevindt de laatste koers zich daarentegen zich vaker dichtbij het laagste punt van de dag. Naast het signaleren van draaipunten wordt de stochastics gebruikt om zogeheten 'overbought' of 'oversold' condities te signaleren. Waarden boven de 80 worden beschouwd als 'overbought' (overgekocht). Waarden onder de 20 worden gezien als 'oversold' (oververkocht). Bij een waarde tussen de 20 en de 80 spreekt men van een neutrale waarde.

T

  • Tien stappenplan

    Het 10-stappenplan geeft precies aan hoe u: (a) een koopwaardig fonds vindt, (b) het koersdoel daarvan berekendt, (c) de noodzakelijke stoploss bepaalt, (d) wanneer u moet uitstappen, (e) sterke en zwakke sectoren kunt onderscheiden en nog veel meer. Regelmatig geeft TOSTRAMS workshops over het beproefde 10-stappenplan.

  • Toppen

    Een koerstop geeft het niveau aan waar een opleving of herstel is gestopt omdat er op dat moment veel verkopers waren. Een dergelijk niveau op de grafiek wordt ook wel weerstand genoemd. De begrippen weerstand en koerstoppen geven dus dezelfde marktomstandigheden aan waarbij sprake is van aanbod in een fonds. Bij meerdere toppen kan men een weerstandslijn trekken.

  • Toppend

    De stijgende trend is reeds gebroken. Een 'toppende' grafiek signaleert vaak de overgang tussen een zijwaartse en dalende trend. De term 'Toppend' geeft een potentiële verzwakking aan.

  • Toppatroon

    Een toppatroon signaleert altijd het einde van een opwaartse trend. In tegenstelling tot wat de naam doet vermoeden, is een toppatroon potentieel negatief. Eén van de varianten is het 'hoofd&schouder'-toppatroon.

    Een toppatroon kan ook in de vorm van een dubbele top of tripple top, of zelfs viervoudige top voorkomen. Het grote verschil tussen deze patronen is dat de pieken en dalen van de dubbele- en tripple toppen en viervoudige toppen op een nagenoeg gelijk niveau liggen. Bij een 'hoofd&schouder'-toppatroon ligt de middelste top altijd hoger.
    De meeste toppatronen worden eerst ingeluid door een trendbreuk gevolgd door een serie toppen op nagenoeg gelijke hoogte. Het toppatroon is altijd vroegtijdig te herkennen aan het feit dat de meest recente rally niet meer boven de voorgaande uit weet te breken. In dat geval wordt de markt getroffen door winstnemingen rond een voorgaande top, hetgeen op potentiële zwakte duidt. Een toppatroon is pas afgerond bij het neerwaarts breken van de laatste bodem. In dat geval mag men spreken van een omkeerpatroon. Voor een valide signaal zijn hoge omzetten bij de doorbraak noodzakelijk.

  • Trading range

    Als de koers tussen twee horizontale of vlakke trendlijnen zijwaarts beweegt spreken we van een trading range. Als vraag en aanbod in evenwicht verkeren, wordt dit zichtbaar door een patroon van horizontale toppen en horizontale bodems. Tijdens de trading range zijn de volumes meestal zeer laag. Tijdens een uitbraak moeten de volumes toenemen. Zijwaartse trading ranges zijn interessant voor de korte termijn trader die snel in- en uitstapt.

  • Transactiekosten

    De transactiekosten worden niet in de performance meeberekend. Dat doen we niet, omdat elke bank of broker weer andere percentages hiervoor berekent. Om het totale rendement niet te beïnvloeden, berekenen we als compensatie hiervoor ook niet de eventueel te ontvangen dividenden.

  • Trends

    Er bestaan meerdere richtingen:

    • Stijgend: hogere toppen en bodems (ook wel fase II genoemd)
    • Dalend: lagere toppen en bodems (fase IV)
    • Zijwaarts: horizontale toppen en bodems (fase I of III)
    • Toppend: de stijgende trend is reeds gebroken. Een 'toppende' grafiek signaleert vaak de overgang tussen een zijwaartse en dalende trend.
    • Bodemt: de dalende trend is reeds gebroken. Een 'bodemende' grafiek signaleert vaak de overgang tussen een zijwaartse en stijgende trend. Ta
  • Trendkanaal

    Als de koers tussen twee parallel lopende trendlijnen beweegt.

  • Trendlijn

    Een trendlijn wordt getrokken over 3 of meer koerstoppen (weerstandslijn) of onder 3 of meer bodems (steunlijn). Hoe meer toppen of bodems door de trendlijn met elkaar worden verbonden, des te vaker is de lijn getest en des te sterker is de aldus gevormde steun of weerstand. Een lijn onder twee koersbodems is geen echte trendlijn. Er moet altijd een derde test (de derde bodem dus) plaatsvinden om de geldigheid ervan te bewijzen. Hetzelfde geldt voor een weerstandslijn. Een lijn over twee koerstoppen is geeft geen geldige weerstandslijn. Er moet altijd een derde test (de derde top dus) plaatsvinden om de geldigheid ervan te bewijzen.

  • Triple Screen Trading

    Begin 2011 heeft Royce Tostrams een seminar gegeven over de objectieve beleggingsmethode 'Triple Screen Trading', die ten grondslag ligt aan de Turboportefeuille. Klik hier om de video te zien .

  • Turbo's

    Wat zijn Turbo's?

    Wilt u op korte termijn inspelen op bewegingen in financiële markten, of deze nu omhoog of omlaag gaan? Dat kan met een Turbo. Met een Turbo, kunnen actieve beleggers versneld profiteren van beursbewegingen die zij verwachten. Een Turbo werkt met een hefboom, waardoor beursbewegingen van de onderliggende waarde (zoals een aandelenindex, een rente, een valuta of een ruwe grondstof) versneld doorwerken in de koes van de Turbo.

    Er bestaan twee varianten: met een Turbo Long profiteert u van een stijging van de onderliggende waarde, terwijl u met een Turbo Short juist profiteert van een daling. Door een ingebouwd beschermingsmechanisme (de stoploss) geeft RBS u de garantie dat de waarde van een Turbo nooit negatief kan worden. U kunt dus nooit méér dan uw belegging kwijtraken. Turbo's hebben geen vaste looptijd.

    De Turbo-signalen worden, na aanmelden via de rubriek 'mijn profiel', gratis per mail verstuurd.

    Voor meer informatie: klik hier

    Uitleg Turbo-selectie (pdf)

U

  • Uitbraak

    Een koopsignaal treedt doorgaans op indien de koers boven een voormalige weerstand weet te stijgen. Als basisregel geldt dat hoe meer toppen uit het verleden worden gebroken, des te krachtiger het koopsignaal is. Uit eigen onderzoek blijkt dat na een doorbraak van drie toppen er binnen 6 maanden een stijging van 28% volgt.

  • Updates

    De updates in het besloten deel van www.tostrams.nl vinden meerdere malen per dag plaats. De Beleggingsfondsen worden één maal per dag geüpdate.

  • US T-Bond

    Vanuit onze zorgplicht vermelden wij  geen specifieke code onder de US T Bond. De reden is dat het een termijncontract (future) betreft, waar grote risico's aan kleven. Wij adviseren  nooit om in de termijncontracten, maar alleen in de onderliggende waarden te beleggen.  Deze informatie staat op onze website onder de US T Bond weergegeven.

    Deze informatie kunt u vinden op onze website onder aan de pagina van de US T Bond: US T Bond = is een USA staatlening met een looptijd van meer dan 10 jaar

    Wij volgen de 30 yr US T Bond, dit is de 30 jarige staatslening. Beleggen in US T/Bond kan op de volgende manieren:

    • een positie in individuele Amerikaanse 30-jarige staatslening
    • een positie in individuele Amerikaanse staatslening met andere (kortere) looptijden
    • een positie in het future-contract op de Amerikaanse 30-jarige staatslening
    • een positie in een optie of een turbo op het future-contract op Amerikaanse 30-jarige staatslening.

V

  • Verbredingsformatie

    Een serie van drie of meer koersfluctuaties die steeds groter worden (hogere toppen/lagere bodems)

  • Verkoopsignaal

    Indien de koers onder de steunlijn zakt. Er is niet voldoende vraag naar een fonds/markt (op een bepaald niveau/koers). Hoe meer bodems worden gebroken, des te krachtiger is het verkoopsignaal.

  • Vlagpatroon

    Korte tijdelijke onderbrekingen van een hoofdtrend als gevolg van winstnemingen. Dit is een continueringspatroon die gepaard gaat met afnemende omzetten.

  • Volatiliteit

    Is de beweeglijkheid van een koers oftewel koersschommelingen.

  • Volume, omzet

    Na de koers is het volume de belangrijkste indicator. Volume geeft het aantal stuks aan dat van een bepaalde waarde gedurende een bepaalde periode -gewoonlijk een dag- verhandeld wordt. Volume en trend moeten altijd in dezelfde richting wijzen. Wij hanteren altijd de volgende basisregels:

    Trend

    Volume

    Conclusie

    Stijgend
    Stijgend
    Dalend
    Dalend

    Stijgend
    Dalend
    Stijgend
    Dalend

    Positief
    Negatief
    Negatief
    Neutraal

    Aan het eind van de dag worden voor alle Nederlandse fondsen de trends, steun- en weerstandsniveaus, actie-adviezen etc. bijgewerkt. De money flow en de volumes worden de volgende dag voorbeurs bijgewerkt. We zorgen ervoor dat u altijd voor 8.00u "verse" money flow en volume teksten heeft.

  • Voorbeeldgrafieken

    Wat is de B.O.B.-strategie?

    Het bepalen van de juiste koop en verkoopmomenten is dan ook onze belangrijkste uitdaging.
    De Best-of-the-Best strategie ofwel B.O.B.-strategie is een lange termijn beleggingsmodel, gebaseerd op slechts 2 objectieve voorwaarden:
    1)  Een aandeel moet in een stijgende trend bewegen.
    2)  Het aandeel in kwestie moet beter presteren dan andere aandelen op de beurs.

    Door consequent aan de B.O.B.-strategie vast te houden, koopt men steevast de winnaars van morgen. Kijk op de B.O.B.-pagina voor meer uitleg.

    BOB_voorbeeld
    MA = Moving average

    De zwarte staafjes zijn de weekkoersen.
    Rode doorlopende lijn is het 200-daags gemiddelde (MA)
    Blauwe doorlopende lijn is de B.O.B.-lijn.

    Voorbeeld B.O.B. weekgrafiek:

    Voorbeeld Week Grafiek (BOB)

    De zwarte staafjes zijn de weekkoersen.
    Rode doorlopende lijn is het 200-daags gemiddelde (MA)
    Blauwe doorlopende lijn is de B.O.B.-lijn.

    Voorbeeld daggrafiek (korte termijn);

    De zwarte staafjes zijn de dagkoersen (zie voorbeeld barchart hieronder).
    Rode doorlopende lijn is het 25-daags gemiddelde (MA)
    Blauwe doorlopende lijn is de korte termijn Relatieve Sterkte (versus de beursindex).
    Onderste zwarte doorlopende lijn is de money flo

    Voorbeeld barchart;

    Wat Is Een Bar Chart
  • Voorbeeldportefeuille uitleg begrippen

    Hier worden de diverse begrippen in de Voorbeeldportefeuilles in TOSTRAMS.nl uitgelegd:

    • In kas: Hiermee wordt het bedrag aangegeven dat in kas zit na verwerking van alle transacties. Zodra een nieuwe koopactie is gedaan, wordt het bedrag in kas verminderd met de waarde van deze transactie. Zodra een verkoopactie is verwerkt, wordt de opbrengst van deze verkooptransactie toegevoegd aan de kas. De kas geeft dus altijd het eindsaldo aan na verweking van alle voorgaande koop- en verkoopacties.
    • Huidige waarde portefeuille: Hiermee wordt de actuele waarde aangegeven van alle aandelen in de portefeuille samen, berekend op basis van de huidige beurskoers. De "huidige waarde portefeuille" geeft een theoretische waarde aan, de aandelen zijn immers nog niet verkocht.
    • Huidige waarde portefeuille + kaspositie: Hiermee wordt de actuele waarde aangegeven van alle aandelen in de portefeuille, opgeteld bij de waarde van de kas.
    • Verhouding kas t.o.v. belegd vermogen: Hiermee wordt het percentage aangegeven van de kas gedeeld door de waarde van de portefeuille.
    • Totaal rendement portefeuille: Hiermee wordt de beleggingsopbrengst (winst of verlies) bedoeld van alle aandelen in de huidige portefeuille, indien deze portefeuille vandaag verkocht zou worden. De berekening is als volgt: de Aanschafwaarde van alle aandelen in de portefeuille wordt vergeleken met de huidige waarden van de portefeuille. Is de huidige waarde hoger dan de aankoopwaarde dan staat bij totaal rendement een positief getal. Is de huidige waarde langer dan de aankoopwaarde dan staat bij totaal rendement een negatief getal.
    • Rendement index sinds start portefeuille: Hiermee wordt het percentage (winst of verlies) bedoeld dat de betreffende beursindex is gestegen of gedaald sinds deze portefeuille is gestart. Bij Nederlandse portefeuilles wordt de AEX-index als vergelijkingsmaatstaf gebruikt. Bij Belgische portefeuilles, de Bel20-index, bij Europese portefeuilles de Eurostoxx 50-index. Voor Amerikaanse portefeuilles worden de S&P500-index of de Nasdaq-index gebruikt.
    • Rendement op oude transacties: Hiermee wordt de beleggingsopbrengst (winst of verlies) bedoeld van alle aandelen die in het verleden zijn verkocht.
    • Totaalrendement op belegd vermogen sinds start portefeuille: Dit percentage (winst of verlies) geeft de de huidige beurswaarde (winst of verlies) weer van alle aandelen in de huidige portefeuille vermeerderd met het totale bedrag in de kas. De som hiervan (dus beurswaarde portefeuille + kas) wordt vergeleken met aan met het aanvankelijke startbedrag van 100.000,00.
    • Totaalrendement op belegd vermogen ten opzichte van de betreffende beursindex sinds start: Hiermee wordt het totaalrendement op belegd vermogen sinds start portefeuille vergeleken met het Rendement van de betreffende beursindex sinds de start van de portefeuille. Dit percentage (winst of verlies) geeft dus aan of het startbedrag van 100.000,00 meer of minder heeft gepresteerd, vergeleken met de betreffende beursindex. Stel het totaalrendement op belegd vermogen bedraagt 34%, terwijl beursindex sinds de start van de portefeuille een winst heeft geboekt van 30,84%. In dit geval heeft de portefeuille dus 3,16% beter gepresteerd dan de betreffende beursindex. In portefeuilletaal noemt men dit een outperformance van 316 basispunten.
    • Huidig rendement sinds 1 januari: Hiermee wordt de beleggingsopbrengst (winst of verlies) bedoeld van alle aandelen in de huidige portefeuille sinds 1 januari van dit kalenderjaar, indien deze portefeuille vandaag verkocht zou worden. De berekening is als volgt: de waarde van alle aandelen in de portefeuille van 1 januari van dit jaar wordt vergeleken met de huidige beurswaarde van de portefeuille. Is de huidige waarde hoger dan de waarde op 1 januari dan staat bij totaal rendement een positief getal. Is de huidige waarde langer dan de waarde op 1 januari dan staat bij totaal rendement een negatief getal. Dit percentage wordt elk nieuwe kalenderjaar weer op 0% gezet.
    • Rendement betreffende beursindex sinds 1 januari: Hiermee wordt de het rendement (winst of verlies) bedoeld van de betreffende beursindex sinds 1 januari van dit kalenderjaar. Is de huidige waarde van de betreffende beursindex hoger dan de stand op 1 januari dan staat bij totaal rendement een positief percentage. Is het huidige niveau van de betreffende beursindex lager dan de stand op 1 januari dan staat hier een negatief percentage. Dit percentage wordt elk nieuwe kalenderjaar weer op 0% gezet.
  • Voortschrijdend gemiddelde

    Ook wel Moving Average. Geeft door middel van één vloeiende lijn een goed beeld van de korte termijn trend. Op TOSTRAMS.nl gebruiken wij het 25-daags gemiddelde bij de korte termijn analyses en het  200-daags gemiddelde bij de lange  termijn analyses. Het 25-daags gemiddelde wordt berekend door elke dag de laatste 25 slotkoersen bij elkaar op te tellen en de som daarvan te delen door 25. Positief is wanneer het 25-daags gemiddelde stijgt en de koers erboven beweegt en de koers hogere toppen en bodems laat zien. Het 25-daags gemiddelde wordt op de korte termijn grafieken weergegeven door middel van een rode doorlopende lijn. Deze interpretaties gelden ook voor de 200-dagenlijn.

  • VIX

    Wat is de VIX index?

    De VIX index index ook wel Wall Street's paniekbarometer genoemd, geldt wereldwijd als een toonaangevende graadmeter van volatiliteit of beweeglijkheid. Meer specifiek: de VIX is een index die de implied volatility van S&P 500 indexopties weergeeft.
    Een misvatting is dat de VIX exact omgekeerd aan de S&P 500 beweegt, was dat maar zo, dan zou een perfecte interpretatie wel heel makkelijk zijn. Wat wel klopt is dat koersdalingen in de aandelenmarkten door.

    Kan een belegger handelen in de VIX index?

    Ja, RBS heeft Turbo's Long en Short op de VIX future. De technische beoordeling van de VIX-grafiek kunt u vinden in de module Diverse&sectoren. Of via de zoekfunctie in het hoofdmenu onder 'Div. VIX'

W

  • Weerstand

    Een technisch analist spreekt van weerstand wanneer elke koersstijging steeds op een bepaald niveau afketst. De conclusie is dat er blijkbaar beleggers zijn die op dat niveau steeds aandelen verkopen of hun posities afbouwen. Een dergelijk punt is op de grafieken altijd zichtbaar door een duidelijke piek in de koers. Bij meerdere koerspieken kan men een weerstandslijn trekken. Een weerstand fungeert blijkbaar als een plafond. Echter, zodra weerstand breekt kan er sprake zijn van verbetering.

  • Weerstandslijn

    Indien na een stijging de koers terugvalt, wordt dit op de grafiek zichtbaar door een top. Bij meerdere koerspieken kan men een weerstandslijn trekken. Een weerstandslijn wordt getrokken over drie of meer toppen. Hoe meer toppen met elkaar door een weerstandslijn verbonden worden, des te belangrijker is deze horde. Ook de ouderdom van de lijn is belangrijk. Een lijn die elke koersstijging over de afgelopen 20 jaar heeft tegengehouden is uiteraard belangrijker dan de lijn die elke koersstijging over de afgelopen 20 dagen heeft gedwarsboomd.

  • Winst nemen

    Soms geven we een verkoopadvies zonder dat er sprake is van een technisch verkoopsignaal. Dit kan verwarrend zijn, wat traditioneel wordt een fonds technisch pas verkocht indien zowel de stijgende trend als de stoploss (=steun) wordt gebroken. In afwijkende gevallen kan een fonds echter verkocht omdat het koersdoel is bereikt en we de winst willen verzilveren.

  • World Asset Management

    De World Asset Management portefeuille volgt alle assets (beleggingscategorieën) en maakt een uitgekiende keuze tussen aandelen, vastgoed, obligaties, valuta's, grondstoffen et cetera). Deze portefeuille kijkt 'technisch' naar alle beleggingscategorieën en beoordeelt vervolgens waarin het beste belegd kan worden.

  • W-formatie

    Een W-patroon is doorgaans de gangbare manier waarop een echte bodem wordt gevormd. Eerst een stevige daling, gevolgd door een herstel. Daarna een tweede daling, waarbij de eerste bodem wordt getest. Tenslotte een herstel tot boven de tussenliggende top, waarmee de W-formatie wordt voltooid. Het verschil tussen de V-spike en de W-formatie is niet alleen de vorm, het verschil zit ook in de duur van de voltooiing van het patroon. Een V-spike neemt veel minder tijd in beslag.