Ondanks de scherpe kritiek van de Amerikaanse president Donald Trump zetten Europese landen vol in op de ontwikkeling van windenergie op zee. Volgens Trump zou windenergie inefficiënt, duur en visueel onaantrekkelijk zijn.
Toch kwamen vertegenwoordigers van onder andere Duitsland, Frankrijk, Groot-Brittannië en Nederland samen in Hamburg om nieuwe plannen te bespreken. Tijdens de gesprekken stonden zowel de uitbreiding van offshore windparken als de veiligheid daarvan centraal. Gezien de groeiende dreiging en de huidige afhankelijkheid van energie-import, is de beveiliging van deze parken cruciaal voor de Europese energievoorziening.
In de column van vandaag kijk ik naar de technische plaatjes van enkele grote spelers in de Europese windenergiesector. We zien sterke opwaartse bewegingen bij Vestas, RWE en E.ON. Een groot contrast is er met het plaatje van Orsted. Waarom dit bedrijf zo onder druk staat ligt ik eveneens kort toe.
Vestas heeft de wind in de rug
Vestas heeft zich vorig jaar krachtig hersteld. Na een scherpe daling vanaf de weerstand rond DKK 220, waar eerder ook twee keer een terugval uit volgde, zette de koers in 2024 verrassend genoeg door. Hierdoor keerde de prijs terug naar een langetermijn steunzone.

Rond DKK 80 werd daadwerkelijk steun gevonden, waarna het vertrouwen onder beleggers terugkeerde. Sindsdien steeg de koers met ruim 130%, en de volgende weerstand komt nu snel in zicht. Voor nieuwe posities blijft het risico aanzienlijk, maar bij een uitbraak boven het nabijgelegen cluster van toppen kan een hogere bodem een interessante instap bieden.
RWE geeft portefeuille kleur
RWE is een van de sterke presteerders in de Europese Tostrams modelportefeuille. De koers laat een prachtige stijging zien sinds begin 2025 en weet nieuwe hoogtepunten neer te zetten. Inderdaad, de all-time highs zijn nog ver buiten zicht, maar de koers noteert op het hoogste punt van de afgelopen 14 jaar.

Een deel van deze sterke stijging hebben we kunnen meepakken. De bodem rond €28 bleek het startschot te geven voor een mooie rally die diverse toppen al heeft doen passeren. Ook de oude koersbodems uit 2009 en 2010 liggen achter ons, waardoor de blik verder opwaarts kan richting de top op €69,29.
E.ON breekt uit langetermijn patroon
Tot voor kort bewoog E.ON in een stijgend trendkanaal, met een beweeglijk koersverloop. De sterke uitslagen maakten het aandeel lastig om te verhandelen, maar sinds enkele weken lijkt er meer duidelijkheid te ontstaan in het technische plaatje.

De koers kende namelijk net als de eerder besproken fondsen een mooie stijgingsfase vorig jaar en brak hierbij uit boven een hardnekkige weerstandszone, evenals de bovenzijde van het oude patroon. De hogere bodem boven dit niveau suggereert sterke vraag, aangezien beleggers niet te lang hebben willen wachten om weer in te stappen. Ze zijn dus bereid tegen een hogere koers terug te keren.
Opwaarts ligt nu de top van 2012 dichtbij, maar breekt het fonds ook daarboven, dan komt er een verdere upside vrij richting €23,22.
Ørsted kijkt zwakjes toe
Ørsted is een voorloper in de energietransitie. Het bedrijf koos er in 2017 voor om olie en gas geheel te verruilen voor windparken op zee, maar tot op heden pakt dit niet goed uit voor het bedrijf. De koers noteert sinds 2021 ruim 90% lager en echt herstel lijkt nog niet te zijn in gezet.
Analist Teun Verhagen van IEX besprak in oktober de enorme druk op het aandeel. Technisch valt hier weinig positiefs aan toe te voegen, en of het aandeel al interessant is voor koopjesjagers, blijft onzeker. Hoewel de koers een fractie van de oude niveaus vertegenwoordigt, blijft het risico op verdere daling aanwezig.

De grafiek laat zien dat het 200-daags gemiddelde een belangrijke rol speelt: de koers bleef er lange tijd tegenaan “plakken”, en meerdere contactmomenten markeerden het begin van nieuwe correcties. Nu de koers hier ruim onder staat, is het volgens technische criteria onverstandig nieuwe posities te overwegen, ondanks de lage koers.
Pas bij duidelijke signalen van bodemvorming en liefst een terugkeer boven de oude bodems zien we de lucht wat opklaren. Tot het zover is laten we Ørsted links liggen.
Conclusie
De koersontwikkelingen van de verschillende energiebedrijven verschillen sterk. Dat kan onder andere worden verklaard door de mate van diversificatie in hun activiteiten en hun marktexposure.
Zo richt Ørsted zich vrijwel volledig op offshore windparken, waardoor het bedrijf de grootste risico’s loopt. Bedrijven als E.ON en RWE hebben een breder portfolio, met onder meer gas- en elektriciteitsproductie, waardoor schommelingen in één markt minder impact hebben. Vestas zit daar tussenin met een focus op windturbines, maar die zijn wereldwijd verspreid, wat ook voor meer stabiliteit kan zorgen.
Mogelijk trekken nieuwe afspraken en ontwikkelingen rond windenergie beleggers weer naar Ørsted, ondanks de grote concentratie in één sector.
Tom Nederhoff is technisch analist bij Tostrams en IEX. Hij schrijft zijn columns op persoonlijke titel. De informatie in zijn columns is niet bedoeld als professioneel of particulier beleggingsadvies of als aanbeveling tot het doen van bepaalde beleggingen.
Meld u aan voor de Tostrams dagelijkse nieuwsbrief
en blijf op de hoogte van de laatste ontwikkelingen op de beurs!
Analyse door: Tom Nederhoff
Tom Nederhoff is als technisch analist verbonden aan de IEX Group. In 2018 ontdekte Tom zijn interesse voor het maken van technische analyses en sindsdien heeft hij dit niet meer los kunnen laten. Binnen de TA focust hij zich met name op bewegingen in price ranges en patronen die zich veelvuldig herhalen. Ooit gestart als hob...
Meer over Tom Nederhoff